DJ Dano (46) was in de jaren negentig een van de bekendste dj’s van de wereld. Met name in de gabber en hardcore maakte hij naam. De tonnen die hij ermee verdiende, gingen op aan drank, hoeren en coke. Muziekjournalist Arne van Terphoven schreef er een boeiende biografie over, getiteld Wat de Fok, Ouwe.

Wat de Fok, Ouwe leest als een rollercoaster vol sex, drugs en keiharde beats. Het is het bij vlagen ongelofelijke verhaal van hardcore-koning DJ Dano, echte naam Daniël Leeflang. De biografie leest als een jongensboek, maar wel eentje waarbij je als lezer regelmatig denkt: wat de fok, ouwe? Het is het levensverhaal van een onzekere jongen die niet goed weet hoe hij met zijn succes moet omgaan. Tevens is het een reis door de geschiedenis van de Nederlandse house, waarvoor Leeflang veel betekend heeft.

Lees ook: 75 kilo ‘Playboy-cocaïne’ onderschept

In het begin van het housetijdperk groeit hij uit tot een van de beste dj’s in Amsterdam. DJ Dano wordt een Nederlandse superster-dj voordat het woord feitelijk bestaat. Eind jaren tachtig is house nog niet versnipperd, maar vormt het één stroming. Het is de verbindende factor in het Amsterdamse uitgaansleven rondom clubs als RoXY en Mazzo. Als muziekjournalist bij de regionale krant Nieuws van de Dag komt Leeflang over de vloer bij wie op dat moment de kleur van de muziek bepalen. In de zomer van 1988 is hij voor het eerst in de RoXY waar Eddy de Clercq acid draait. Er wordt live geneukt op het podium, dat spreekt hem wel aan. De muziek niet meteen, maar dat duurt niet lang. Dano blijkt in het oog van de storm te zitten. ‘Ik was er ook snel met mijn jodenneus bij. Op het moment dat het gebeurt, word je gewoon meegetrokken in een katapult.’

De raves volgen elkaar in hoog tempo op, de scene groeit en trekt een heel eigen publiek. Op Multigroove-feesten is Dano dé man. De sfeer en de muziek op Multigroove zijn rauwer dan de feesten in de binnenstad. Er ontstaat een scheiding tussen mellow en hard house. Dano gaat hard. Na een tv-documentaire over house is hij plots een bekende Nederlander. ‘Ik kon niet meer normaal over straat lopen. Er reed in de stad een tram langs met Ajaxsupporters die ‘Ajax! Ajax! Ajax!’ scandeerden, tot iemand mij zag en iedereen begon te roepen: ‘Dano! Dano! Dano!’ Ik liep daar gewoon met mijn dochtertje in een kinderwagen. Doe normaal man. Ik draai plaatjes, weet je.’

Halverwege de jaren negentig bereikt hardcore zijn absolute piek. Gabber is de belangrijkste subcultuur van Nederland geworden. Dano: ‘Het is een eenheid. Je moet het een beetje zien als mensen die in een LandRover rijden. Als ze elkaar tegenkomen groeten ze elkaar. Let wel: het kwam uit de mensen zelf. Geen enkele dj had een kale kop of liep op Nike Air Max. Het was ook een beetje ‘wat niemand leuk vindt, vinden wij met zijn allen wel leuk. Lekker puh.’’ Hardcore heerst en Dano is de koning. ‘Ik heb nooit echt gedacht dat ik de ster was, al besef je natuurlijk wel dat je voor tienduizend man je eigen plaat staat te draaien en dat iedereen uit zijn dak gaat. We gingen met The Dream Team (bestaande uit Dano, Buzz Fuzz, The Prophet en Gizmo, red.) drie weken op tour door Australië en werden in limousines rondgereden. Dan denk je wel: we doen het toch niet slecht.’

In Australië geeft Dano zijn eerste naaktoptreden. Op het podium van Sydney is hij zo geil geworden van twee xtc-pillen dat al zijn kleren het publiek ingaan. ‘Ik was zo blij dat we daar stonden, omdat ik eerder het vliegtuig had gemist. Achteraf was het helemaal niet grappig, want ik had ook het DAT-bandje van het optreden in mijn jaszak zitten. Op een gegeven moment stond ik naakt op het podium terwijl Buzz Fuzz als een gek naar het bandje liep te zoeken.’ Dano noemt het een voorbeeld van aandacht afleiden en verstoppen. ‘Faalangst. Ik was toen al zo ver in de dope dat ik te stoned was om m’n werk goed te kunnen doen. Ik heb echt een periode van zelfdestructie gehad, het mocht niet goed met me gaan van mezelf.’

Hij hoopt dat dit boek de mensen de ogen opent dat hij niet alleen maar ‘Dano van de hardcore’ is, maar ook muzikant. Hij voelde zich ook gevangen in de scene. Dano, koning van de gabbers tegen wil en dank. ‘Ik heb altijd meer dingen buiten de hardcore gemaakt. Ook met kunstenaars in het buitenland. Ik heb met Herman Brood gewerkt in 1998. Ik gaf mijn eigen, gratis illegale technofeesten.’ Technofestival Awakenings weigerde hem te boeken ondanks zijn nummer 1-positie in een populariteitspoll, omdat ze al die gabbers niet op hun feest willen. ‘Als je elke week early hardcore en classics draait, ben je muzikaal achteruit aan het lopen,’ zegt Dano. ‘Af en toe moet je ook gewoon doorgaan en doorzetten en schijt hebben. En anders ga ik gewoon met een gitaar op de Dam staan. Met een centenbakkie.


Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.