Na een maand in Italië keer ik weer terug naar onze hoofdstad. Daar is alles zoals iedere herfst. Totale hysterie bij die allerlaatste zonnestralen, veel te vroeg alweer pepernoten in de schappen en regen, heel veel regen. Al gauw vullen mijn dagen zich zoals voor mijn Italië-avontuur. Feesten tot drie uur ’s nachts, uitslapen tot twaalf uur ’s middags en take-out van het Indonesische restaurant bij mij om de hoek. Wanneer ik besluit om voor de vorm maar eens mijn mailbox te checken, zie ik tot mijn verbazing een ongeopende mail van mijn eindredacteur. Kut. Meteen krijg ik een knoop in mijn maag. Ik heb nog steeds geen reactie gehad op het laatste stuk over Milaan (daar waar ik met mijn oud-collega naar bed ging, weet je wel). Zou die lul hem erover gebeld hebben? Ik open de email.
‘Graag eten aanstaande vrijdag, 19:30. Locatie volgt.’
Fuck. Fuckfuckfuck! God, dat heb ik weer; een week voor Kerst ontslagen worden. Ik lees de mail nog een keer. En nog een keer. Net zo lang totdat de zin hardop in mijn hoofd dreunt.
Die vrijdag ga ik naar een restaurant in de binnenstad. ‘Mediterraanse gerechten met een Latijns-Amerikaanse twist,’ las ik op de website. Ik vertrek op de fiets en daar heb ik direct spijt van. Mijn hakken glijden steeds weg onder de gladde trappers en omdat mijn zadel eigenlijk iets te hoog is ingesteld, duwt mijn zadel de hele rit lang tegen mijn clitje aan. Twintig minuten later kom ik aan. Geïrriteerd, een beetje opgewonden; een rare combinatie van gevoelens die ik zo snel mogelijk van me af moet zien te schudden, want ik moet professioneel overkomen. Gelukkig heb ik mijn bril op. Een streng, rechthoekig, zwart montuur van Chanel, wat me een serieuze, secretaresse-achtige uitstraling geeft.
Het restaurant is een grote ruimte met rode vloerbedekking, een bar in de vorm van een orchidee en achterin een enorme open keuken. Langs de wanden staan kleine kerstboompjes met lampjes erin. Het meisje dat mijn jas aanneemt heeft een diadeem met rendieroren op haar hoofd. Vlug glip ik nog de wc in voor een make-up check. Voor de spiegel duw ik mijn borsten omhoog en mijn zwarte glittertruitje iets naar beneden. Misschien is hij dan wel bereid om het slechte nieuws te heroverwegen…?
Mijn eindredacteur en ik schudden elkaar de hand. Daarna wijst hij achter zich.
‘Ze werken hier met een open keuken. Gaaf hè?!’
Ik kan me niet herinneren dat iemand het woord ‘gaaf’ non-ironisch gebruikte, maar ik lach beleefd en duw de bril iets verder op mijn neus. We bekijken de kaart. Peruaanse kip met parelgort en aardpeer, gerookte aubergine met granaatappel en kikkererwten, geroosterde bloemkool-taco’s met jalapenos en avocadodip. We bestellen van alles wat en babbelen over koetjes en kalfjes. Hij heeft een tweeling waarvan er eentje hoogbegaafd is en misschien naar een speciale school moet en bla bla bla. Mijn ogen dwalen af naar de keuken. Ik kan het gezicht van de kok helaas nét niet zien. Wat ik wel kan zien, zijn de gespierde armen in zijn strakke zwarte T-shirt met opgerolde mouwen. En de aders op zijn onderarmen…
Focus, zeg ik tegen mezelf, je zit hier voor je werk.
Maar het lukt niet. Met finesse gooit de kok van alles heen er weer. Op zijn vingers zie ik tatoeages, het lijkt een soort alfabet. Het zou me niks verbazen als hij ook een hele creatieve kant heeft. De kok roept iets naar achteren en lacht jongensachtig. Het zweet staat op zijn voorhoofd. Is dat een gouden tand? Ik leun een beetje voorover om het beter te zien.
‘Hallo? Iemand thuis?’
Mijn eindredacteur zwaait met zijn handen voor mijn ogen.
‘Sorry.’ Ik kijk snel weg. ‘Wat zei je?’
‘Ik zei: We willen je een vaste rubriek aanbieden.’
Ik verslik me in mijn wijntje. ‘Oh.’
Dan dringt het tot me door. ‘Dat is geweldig!’
Iets lekkerders
Als mijn eindredacteur naar huis is, bestel ik nog een glas rode wijn. Ik heb per slot van rekening iets te vieren! Als mijn glas bijna leeg is, verschijnt de kok aan mijn tafel. Hij neemt plaats op de stoel tegenover me.
‘Die gozer die hier net zat. Was dat je vriend?’
Hij praat met een Brabants accent en heeft een brutale blik. Ik ga verzitten.
‘Nou, niet dat het jou iets aangaat, maar dat was mijn eindredacteur.’
‘Dus je bent schrijver?’ Zijn felblauwe ogen piercen door me heen. ‘Ik dacht dat je misschien een escort was. Zoals je me zat op te geilen…’
Ik verslik me voor de tweede keer.
‘Geintje.’ Hij wenkt een ober en gebaart om een drankje. ‘Niet erg toch? Als ik er eentje meedrink?’
Voordat ik bezwaar kan maken, staat er een biertje voor zijn neus.
‘Waar schrijf je over?’
Ik gebaar naar de keuken achter hem. ‘Over eten.’
‘Zo zo. Toe maar. En wat vond je er van?’
Ik leg mijn hand op zijn hand.
‘Ik kan wel iets lekkerders verzinnen dan geroosterde bloemkool-taco’s…’
Hij grijnst en klokt zijn bier naar achteren.
Trek je broekje uit
Zijn appartement is vlakbij. Een strakke, schone studio, maar niet kil. In de hoek staat een kerstboom met zilveren ballen en lampjes die zacht pulseren. Aan alle muren hangen schetsen en schilderijen met dezelfde tekens als op zijn vingers. Mijn handen jeuken om een doek aan te raken, maar ik durf niet.
Hij trekt mijn bril van mijn neus, zonder iets te zeggen, en steekt hem nonchalant in de kraag van zijn overhemd. Ik voel me een beetje ontmaskerd, maar probeer het niet te laten zien.
‘Trek je broekje uit.’
Ik gehoorzaam, ga op zijn bed zitten en trek snel al mijn kleren uit. Hij pakt tabak, vloeitjes, en een blokje hasj. Zijn duim en wijsvinger bewegen traag en precies. Mijn adem gaat sneller.
‘Ik wil dat je jezelf net zo lang vingert tot deze op is. Oké?’
Zijn tong glijdt langs het vloeitje. Ik knik. Ik kan niet anders. Hij neemt plaats, steekt de joint aan en blaast een eerste wolk uit die zich mengt met de geur van de kerstboom. Ik laat mijn vingers over mijn warme huid glijden, over mijn warm geworden kutje. Eerst aarzelend, dan met meer druk. Mijn lijf giert van de spanning. Zijn ogen blijven op me gericht. Onbewogen. Hij bezit me zonder me aan te raken. Hij rookt, ik brand. Als ik sneller begin te bewegen, komt hij overeind.
Inhouden tot je komt
Zijn pik verschijnt uit zijn broek, groot en hard. Ik wil hem grijpen en in mijn mond nemen, maar hij houdt me tegen door de joint naar mijn lippen te brengen. Ik hap naar de rook, die schurend mijn longen vult. Mijn benen beginnen te trillen.
‘Inhouden tot je komt,’ zegt hij.
Mijn keel brandt. Mijn borsten deinen zachtjes heen en weer op het tempo van mijn hand. Zijn hand beweegt ritmisch, beheerst, terwijl mijn eigen vingers jagen naar een hoogtepunt. De kerstlampjes achter hem knipperen. De rook kringelt om zijn gezicht. Ik probeer de rook in te houden, maar de druk in mijn onderbuik wordt te veel... Mijn hele lijf verstrakt, zijn blik spijkert me vast aan het matras en ik ga exploderen. Terwijl ik schokkend uitblaas, zie ik dat ook hij komt. Zijn hoofd valt achterover. De joint bungelt tussen zijn vingers. De as valt bijna op het kleed. Een paar seconden lang is alles stil, behalve ons hijgen. Dan reikt hij loom naar de asbak en drukt het laatste restje uit. Als zijn ogen de mijne weer vinden, geeft hij me een knipoog.
Ondanks dat het op de terugweg waait en regent, ben ik helemaal warm als ik thuiskom. Ik weet niet of het komt door de avontuur met de kok, of door het goede nieuws van mijn eindredacteur, maar voor het eerst sinds weken heb ik weer zin om te schrijven. Er poppen allerlei ideeën in mijn hoofd. Zelfs een motto voor mijn nieuwe rubriek: Eten gaat nooit alleen over eten. Uit een open raam aan de overkant klinkt Mariah Carey. I don’t want a lot for Christmas, there is just one thing I need… Ik duik in mijn notities en stel een lijst op met nog te bezoeken eet-adresjes. Helemaal onderaan zet ik het restaurant met de geroosterde bloemkool-taco’s. Want wat ik vanavond heb geproefd, dat lust ik nog wel een keertje...
Bovendien moet ik mijn bril nog ophalen.
Florence van de Haar (1993) is part-time schrijver en full-time lekker wijf. In 2024 maakte ze indruk met haar debuutroman Mooier als ik lach. In 2026 verschijnt haar tweede roman.
Zie ook:
- Florence does Italy. Deel 1: Rome (‘Hij kijkt vol verwondering, alsof dit zeldzaam is. Worden Italianen nooit gepijpt of zo?‘)
- Florence does Italy. Deel 2: Napels (‘Fuck, wat heb ik zin in haar. Zou zij mij ook willen?’)
- Florence does Italy. Deel 3: Florence (‘Het feit dat hij me hiervoor gaat betalen maakt me ongelofelijk geil’)
- Florence does Italy. Deel 4: Milaan (‘Ik wil maar één ding. Dat weet je toch?’)
- Nina Mathijsen