Interviews

Marcel van Roosmalen: ‘Ik voel me net Forrest Gump’

Groot Interview met de reportageschrijver die het tot boegbeeld van Vitesse schopte. ‘De Arnhemmer gedijt bij tegenslag. Net als ik.’

Casper Sikkema
Marcel van Roosmalen

Marcel van Roosmalen (57) schreef jarenlang reportages die vaak enorm grappig waren en altijd onder enorme deadlinestress werden geproduceerd. Rijk word je daar niet van. Gelukkig al helemaal niet. Met vriend Gijs Groenteman begon hij in 2022 onder het mom van een ‘bak nieuwtjes wegwerken’ de podcast Weer een Dag. Het was het startpunt van een van de wonderlijkste succesverhalen in medialand. Deze maand in Playboy een Groot Interview. Hierbij een klein deel. Voor het hele verhaal moet je toch echt naar de winkel of hier klikken.

Ik was laatst in Arnhem en was niet onder de indruk. Ik ging ervan uit dat iedereen dolblij was dat Vitesse nog bestond, maar niemand bleek voor Vitesse te zijn.
‘Dat is het mooie van Arnhem, het voldoet nooit aan de verwachting. De binnenstad maakt geen indruk, het ziet er niet uit. Het afgelopen jaar was er brand en in het nieuws ging het over het middeleeuwse karakter van de binnenstad. Dat was mij nooit opgevallen, het zat verstopt achter verschrikkelijk lelijke gevels vol lichtbakken. Dat middeleeuwse werd helemaal niet gekoesterd, maar op het moment dat het afbrandt, is het opeens middeleeuws. Dat is heel Arnhems. Als jij leuk over Vitesse wil praten, weigeren ze dat. Zij bepalen wel waar ze over willen praten. In Amsterdam snakt iedereen ernaar om over Ajax te praten. Rotterdam is zichtbaar lelijker dan Arnhem, maar iedereen heeft het daar voortdurend over hoe mooi de stad is. De Arnhemmer gedijt, net als ik, bij tegenslag. Ik word daar altijd heel wilskrachtig van. In Arnhem heerste ook een enorm optimisme na het bombardement. Dat herken ik als vleesgeworden Arnhemmer.’

Over tegenslagen gesproken: je tv-programma met Gijs Groenteman verdwijnt.
‘Ik aanvaard het gewoon zoals het is en vind ook dat ik nergens recht op heb. Maar ik denk ook: de soep wordt niet zo heet gegeten als die nu wordt opgediend. We hebben nog dertig uitzendingen, we zien daarna wel hoe het loopt. Ik kan me niet voorstellen dat het verdwijnt. Misschien is dat de kop in het zand steken, ook heel Arnhems. Het maakt je wel creatief. Misschien zijn er mogelijkheden dat het blijft bestaan, en anders opent het poorten naar nieuwe plannen.’

Het is, als ik zo vrij mag zijn, een ongelooflijk vreemd programma. Jij en Gijs hebben met nogal specifieke humor een tv-programma op prime time bij de NPO. Denk je weleens: best bizar dat we dit mogen doen?
‘Ik vind het ontzettend knap van ons. We hebben onze eigen biotoop gecreëerd waarin we ons allebei gemakkelijk voelen, want je moet toch samensmelten met z’n tweeën. Ik denk ook dat het uniek is en dat we het zo lang mogelijk moeten uitsmeren. Dan pas komt het in het collectief geheugen. Ik ga het pas echt missen als het er niet meer is. En ik denk dat de mensen het ook pas gaan missen als het er niet meer is.’

Je bent lang reportageschrijver geweest. Wist je altijd al dat je minstens even goed bent in praten?
‘Eigenlijk wist ik altijd al dat ik beter was in praten. Ik vind mezelf helemaal geen slechte reportageschrijver, heel goed zelfs, maar ik ben gewoon beter in lullen.’

Is het dan jouw geluk geweest dat de podcast opkwam?
‘Toen Gijs en ik die podcast begonnen, voelde ik gelijk: dit kunnen wij goed, dit moeten we blijven doen. Er was een moment dat echt iedereen de podcast luisterde. Dat is inmiddels wat minder, er is veel concurrentie. Maar ik ben heel blij met de opkomst van de podcast. Dat kwam echt uit de hemel vallen.’

Ons januarinummer met naast veel meer Marcel van Roosmalen ook Hannah Swart, Sydney Sweeney en Samuel Welten, ligt nu in de winkel en is ook online te bestellen.