Deze maand in Playboy: een Groot Interview met Royce de Vries over zijn wilde jaren, de vele bedreigingen, het open huwelijk van zijn ouders en veel meer.
Iets voor tien uur ’s ochtends komt Royce de Vries op een grijze donderdagochtend aanrijden bij advocatenkantoor De Vries Van Spanje, dat hij runt met partner en advocaat Annemiek van Spanje, tevens directeur van de Peter R. de Vries Foundation. Op hun verdieping van een betonnen kolos aan de rand van Amsterdam, je kunt de ring zien liggen als je goed kijkt, werken er in totaal zes advocaten. Er komen er binnenkort nog twee bij, vertelt De Vries terwijl hij op zijn sneakers in een stevig tempo de trap op beent, maar het is niet zijn droom om ‘supergroot’ te worden. ‘Hoe meer mensen je in dienst hebt, hoe meer van je wordt verwacht dat je de manager gaat spelen en je bezighoudt met problemen met werknemers in plaats van problemen met cliënten. Ik denk dat ik dat wel goed kan, maar ik vind het leuker om zelf met mijn poten in de klei te staan. In toga in de rechtszaal staan, zelf mijn pleitnota schrijven. Daar haal ik voldoening uit,’ aldus De Vries, terwijl hij de allerlaatste traptrede van velen opveert en uw interviewer in ademnood achter hem aan sjokt. Het is de dag nadat de negen mannen die verdacht werden van betrokkenheid bij de aanslag op zijn vader, Peter R. de Vries, in hoger beroep hun definitieve straf kregen opgelegd, wat anders dan het Openbaar Ministerie had geëist niet uitpakte in het vonnis levenslang, want die straf vond het hof ‘een brug te ver’. De Vries was bij de uitspraak aanwezig, samen met zijn zus Kelly en hun moeder Jacqueline, en zag hoe straffen tot 27,5 jaar werden opgelegd, maar ook hoe twee mannen werden vrijgesproken van medeplichtigheid. ‘Het gaat wel goed hoor,’ antwoordt hij glimlachend, als we zijn neergestreken in de vergaderruimte van zijn kantoor, met koffie en thee onder handbereik. ‘Mijn leven wordt niet beter of slechter dan zo’n uitspraak. Ik had er vertrouwen in en ik denk dat de straffen voldeden aan wat we hadden verwacht. Het enige waar we negatief door werden verrast, was de vrijspraak van de ‘filmers’, zoals ze worden genoemd. Het is niet strafbaar om iemand te filmen die gewond op straat ligt, maar ze hebben meer gedaan dan dat, want ze hebben bijvoorbeeld ook op de uitkijk gestaan. Ze waren er dus wel degelijk bij betrokken, maar ik leg me neer bij de uitspraak. Wij zijn ook gewoon blij dat deze periode van de rechtsgang, die meer dan vier jaar heeft geduurd, voorbij is. Het zal nog wel naar de Hoge Raad gaan en misschien zelfs naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, maar dat zijn geen openbare zittingen, waar iedereen met de hele rambam naartoe komt. Dat is vooral voor juristen, daar word ik niet bij betrokken.’
Wie precies de opdrachtgever voor de moord is geweest, dat is nog steeds niet achterhaald. Frustreert dat je niet?
‘Politie en justitie zijn ontzettend veel te weten gekomen over de uitvoerkant van de moord. Dat is iets waar ze complimenten voor verdienen. Er zijn weinig moordzaken waarbij zo in detail feiten zijn achterhaald. Maar inderdaad, er is nog steeds die grote blinde vlek aan de kant van de opdrachtgever. Dat vreet aan mij, dat vreet aan onze hele familie. We willen heel graag weten hoe dat is gegaan, wie erachter zit. In die zin was het fijn dat we gisteren van het Hof de erkenning hebben gekregen dat de moord echt te maken heeft met de rol van mijn vader als vertrouwenspersoon van de kroongetuige in het Marengoproces. Die overtuiging had ik zelf ook al, maar de rechtbank ging daar in een eerder stadium niet in mee. Dat was een grote teleurstelling. Dit geeft duidelijkheid. Ik hoop dat we in de komende jaren meer te weten komen, maar dat is afwachten. Eens in de zoveel tijd sturen we als familie een mailtje, met de vraag of er al meer bekend is. Dan krijgen we een mailtje terug: nee, we weten net zoveel als jullie.’
Je komt heel kalm over. Is dat een pose? Of ben je de woede voorbij?
‘Ik realiseer me dat de negen mannen die gisteren in de rechtbank stonden soldaatjes waren, sneue figuren met een laag IQ, dat is ook vastgesteld. Er komt nooit een moment dat ik de celdeur ga opendoen en zeg: “Kom er maar weer uit, het is jullie vergeven.” Rondom het OVV-rapport naar de moord op mijn vader heb ik me weleens afgevraagd hoe het kon dat ik vaker boos was op de mensen van het Openbaar Ministerie dan op de daders en de uitvoerders. Dat begreep ik pas toen ik het laatste boek van Astrid Holleeder las, Wie praat die gaat, waarin zij beschrijft dat ze naar een psycholoog gaat die haar uitlegt dat ze last heeft van ‘moral injury’. Dat is een heel duidelijk fenomeen dat optreedt als je van bepaalde instanties en mensen zoveel meer had verwacht, zoals in mijn geval het Openbaar Ministerie. De boosheid die zo’n wanprestatie opwekt is veel groter dan wanneer er iets wordt geflikt door iemand van wie je toch al denkt: dat is een nietsnut of een slaafje. Ik zal nooit vergeten wat die mannen hebben gedaan, maar het maakt het voor mij wel iets makkelijker om het af te sluiten.’
Heb je het idee dat je, vierenhalf jaar na de moordaanslag op je vader, enigszins door kunt met je leven?
‘Ik ben echt nog wel met mijn vader bezig en denk nog iedere dag aan hem, maar ik merk dat ik in een andere fase ben aanbeland. Toen ik twee jaar geleden bezig was met mijn boek, besloeg het eigenlijk mijn hele leven. Overdag was ik als advocaat bezig, ’s avonds was ik bezig met Ik beloof je dat ik honderd word. De rode draad van het boek is het geheime logboek dat mijn vader in de laatste anderhalf jaar van zijn leven bijhield. Ik wilde daar iets mee, omdat uit wat hij schrijft duidelijk blijkt wat er op dat moment allemaal mis was binnen het kroongetuigensysteem, hoe er met veiligheid werd omgegaan. Dat vond ik belangrijk om te vertellen, maar ik dacht ook: dat is geen compleet verhaal, het is alleen de zakelijke kant, maar ik wil ook delen dat hij een lieve vader was voor mij en hoe bijzonder onze band was. Ik vind het leuk om te schrijven, dat heb ik van mijn vader meegekregen. Vroeger ging hij met een rode pen door al mijn stukken heen, dat vond ik toen niet zo fijn, haha. Maar in de loop der tijd heb ik veel van hem geleerd. Tegelijkertijd heb ik ontdekt dat een boek schrijven toch een beetje is alsof je een kind gaat krijgen, een hele bevalling, zeg maar. Toen ik klaar was met het boek, en alles van me had afgeschreven, merkte ik dat het licht langzaam weer een beetje aanging. Sindsdien voel ik me veel beter.’
Door het werk van je vader had jouw jeugd een hoog thrillergehalte, met bewakers voor de deur en criminelen over de vloer. Hoe heeft dat jou gevormd?
‘Er waren in mijn jeugd twee dingen anders: dat mijn vader bekend was en dat hij bedreigd werd. Voor ons was dat normaal, dus ik maakte me ook gewoon zorgen of ik zaterdag wel in de basis stond bij de lokale voetbalclub en of een meisje in de klas me wel leuk vond, maar ik realiseer me steeds meer dat de omstandigheden waarin wij opgroeiden niet normaal waren. Na de moord op Pim Fortuyn zijn politieagenten veel meer undercover gaan werken, maar voor die tijd stond er geregeld een herkenbare politieauto voor onze deur, met twee agenten met kogelwerende vesten en een wapen. De buren schrokken daar natuurlijk van: wat doet die politieauto daar, kan Pietje nog wel buitenspelen, allemaal gedoe. Mijn moeder ging steevast met een pak gevulde koeken en een kan koffie naar buiten, om aan die mannen te geven. Zo ging dat altijd een paar dagen door, totdat we na een dag of vier de gordijnen opendeden en die politieauto ineens was verdwenen. Dan belde mijn vader met de vraag: “Waar zijn jullie gebleven?”, waarop zij dan antwoordden dat ze bij nader inzien wel gewoon een paar keer extra zouden langsrijden, alsof de dreiging er plotseling niet meer was. Dat gebeurde niet één keer, maar wel tien keer. Mijn vader kreeg daardoor een ontzettende afkeer van die veiligheidsmaatregelen, want wat had het op die manier voor zin? Dat heeft ook meegespeeld in de keuzes die hij later heeft gemaakt, omdat hij zei: ik wil dit niet meer, niet op deze manier. Bewaking met camera’s, hartstikke prima, maar hij had geen zin meer in al die poespas om hem heen.’
Praatte je vader vrijuit over alle gevaarlijke zaken waar hij aan werkte?
‘Best wel. Ik snap dat je een klein kind niet van de hoed en de rand vertelt, maar wij wisten wel waar mijn vader zich mee bezighield. Dat werd op een luchtige manier gebracht, niet zwaarmoedig, dus ik heb nooit met angst geleefd. Mijn vader grapte vaak: “Ik ontvang liever bloemen dan bedreigingen.” Toen Kelly en ik eenmaal op kamers zaten, mailde hij ons een toelichting als er weer een dreiging was: “Ik wil even melden dat Holleeder wat heeft geprobeerd, dat jullie het weten,” of iets van die strekking. Van dat soort mails heb ik er nog wel een paar in mijn inbox. Dat was natuurlijk verontrustend nieuws, maar het scheelde enorm dat mijn ouders nooit paniekerig deden. Als advocaat adviseer ik weleens mensen in soortgelijke situaties, dan zeg ik ook altijd: lieg niet tegen je kinderen, maar schiet ook niet in de stress. Dat voelen kinderen heel erg, terwijl je juist wilt dat ze rustig blijven. Alleen als het echt hommeles was, bijvoorbeeld toen Cor van Hout werd vermoord, was de sfeer thuis ernstig, omdat we ons allemaal beseften: dit kan mijn vader ook overkomen.’
Je vader had een hechte band met Cor van Hout en ontfermde zich na zijn dood over zijn vrouw Sonja Holleeder, schoonzus Astrid Holleeder en hun kinderen. Betrok hij jullie daar ook in?
‘Toen we na de uitspraak gisteren gingen lunchen, bleek dat mijn moeder een eettentje had uitgekozen in de Dorpsstraat in Amstelveen, recht tegenover het Chinese restaurant waar Cor van Hout werd vermoord. Ik was helemaal verbaasd, maar dat was toeval, blijkbaar. We zagen Cor en zijn familie altijd al vaak, maar na zijn dood in 2003 werd het contact nog veel intensiever. Richie ging mee met ons als we naar wedstrijden van Ajax gingen, ik ging in december van hetzelfde jaar als waarin Cor werd vermoord met Astrid (Holleeder, zus van Sonja, red.), Sonja, Mil (Miljuschka Witzenhausen, red.) en Rich op vakantie naar Egypte. Dat werd nog een heel avontuur, want Sonja en Astrid hadden bedacht dat we vanuit Sharm-el-Sheikh wel een dagje naar Caïro konden gaan, maar dat was 500 kilometer rijden door de Sinaï-woestijn. Onderweg kregen we een lekke band en hebben we vijf uur vastgestaan, maar daardoor bouw je ook een band op. Daarna ben ik een beetje onderdeel van de familie gebleven en andersom. Tijdens de eerste anderhalf jaar van mijn rechtenstudie heb ik zelfs bij Astrid in huis gewoond, op de zolder die hoorde bij haar appartement. Ik mocht absoluut geen huur betalen, want dat liet ze Mil ook niet doen.’
Astrid Holleeder stapte vorig jaar vanuit de schaduw in de spotlights, na tien jaar ondergedoken te hebben geleefd. Maak je je zorgen over haar?
‘Tuurlijk. Ik weet als geen ander dat het verkeerd kan aflopen. Maar aan de andere kant moet je je ook afvragen of je leven nog wel iets waard is als je niets meer kunt. Ik heb in het verleden vaak tegen Astrid gezegd: “Jezus, dit is geen leven zo.” Als je met haar wilde afspreken, dan was dat steevast een hele onderneming. Ik heb toch het DNA van mijn vader, dus ik dacht dan al snel: poeh, wat een ingewikkeld gedoe. Ik snapte heel goed dat ze vorig jaar naar buiten wilde treden en wat mij betreft had ze dat eerder moeten doen, maar dat had met haar veiligheid te maken. Ik ben ervan overtuigd dat Astrid een groot probleem had gehad als Willem (Holleeder, red.) in staat was geweest om haar iets aan te doen. En nu nog steeds, hij is niet voor niets veroordeeld wegens het opdracht geven tot meerdere liquidaties en pogingen tot moord. Astrid loopt een groot risico, maar gelukkig kan ze door de toegenomen beveiliging op een verantwoorde manier wel weer een beetje genieten van het leven.’
Doorlezen? Koop de papieren Playboy in de winkel of bestel 'm hierrrr.