In de nieuwe Playboy staat een Groot Interview met regisseur Dick Maas. Hier volgt een passage van het interview.
De regisseur is volgens jou de onbetwiste baas op de set. Tegenwoordig kan dat zomaar een ‘toxische werksfeer’ worden genoemd.
‘Wat is daar toxisch aan? Je merkt soms op de set dat de hiërarchie verdwijnt. Dat iedereen denkt mee te moeten praten over hoe een acteur moet spelen. Lichtassistenten die bij een acteursgesprek komen staan.’
Wat doe je dan?
‘Dan zeg ik daar wat van, of ik huur iemand niet meer in. Ik heb mensen van de set gestuurd omdat ze zich met de film gingen bemoeien. Het mag op draaidagen best gezellig zijn, bij mij wordt altijd veel gelachen, maar iedereen heeft zijn eigen taak en er moet wel hard gewerkt worden. Ik heb eens uitgerekend wat een draaidag kost; meer dan 80 euro per minuut. Dat zijn geen theekransjes.’
Heeft een acteur weleens geweigerd wat je vroeg?
‘Bij Flodder in Amerika wilde Huub Stapel het woord ‘mietje’ niet zeggen. Nelly Frijda had hem ingefluisterd dat hij dat beter kon laten. Ik heb het ter plekke veranderd in iets als ‘sukkel’, maar later heb ik Huub alsnog overtuigd om ‘mietje’ in te spreken, en dat is het ook geworden. Alleen klopt de lip-sync nu niet meer.’
Bij Amsterdamned II kreeg de film na één klacht een extra Kijkwijzer-pictogram voor discriminatie, vanwege een scène waarin een taxichauffeur een dragqueen weigert. Dat was groot nieuws. Jij bent ertegen in beroep gegaan.
‘Niemand in de cast of crew had moeite met die scène. Niemand had gedacht dat het een probleem zou zijn. De hele essentie is juist dat de film laat zien dat het niet oké is wat die taxichauffeur doet. Daarom zijn we een procedure gestart om dit terug te draaien.’
Het is niet de eerste keer dat je provoceert.
‘Maar dit is geen bewuste provocatie. Bij Moordwijven had ik een popgroep bedacht die de Fucking Holocausters heette – dat was wél bewust uitdagen. Maar een taxichauffeur die een transpersoon laat staan is gewoon de werkelijkheid.’
In de documentaire De Dick Maas Methode is te zien hoe Tatjana Simic bij de opnames van Flodder moeite had met de buurmanscène. Ze was 23, had geen acteerervaring, en moest gedeeltelijk bloot terwijl een man die ze nauwelijks kende haar van achteren beetpakte. Ze heeft voor de opnames zitten huilen. Jij zei in diezelfde documentaire: ‘Gewoon broek uit en klaar.’
‘Ja, dat heb ik gezegd, en zo dacht ik er toen waarschijnlijk ook over. De scène moest nu eenmaal worden opgenomen. Ik was seksscènes in die tijd zelf ook niet gewend, het is altijd een beetje gênant. Ik had gelukkig een goede assistente die dat helemaal begeleidde en met de acteurs besprak. Bij Flodder 3 hadden we acteurs die uit het pornocircuit kwamen, die zijn dat gewend, dan kun je zeggen: jullie gaan daar lekker tekeer. Maar met gewone acteurs ligt het gevoelig. Het is altijd ongemakkelijk.’
Zijn je ideeën daarover veranderd? Tegenwoordig moet er een intimiteitscoördinator bij.
‘Ja, bij Amsterdamned II moest dat eigenlijk ook. Er was een zoenscène, een brave kus op een boot, en een tikje op een bil. Ik heb de acteurs gevraagd of ze zo’n coach nodig vonden. Nee, zeiden ze. Bij een heftige scène vind ik het prima om iemand erbij te hebben. Ik zeg wat ik wil zien en zij vertalen dat naar de acteurs, dat is prettig. Maar bij een zoentje en een tik op de billen kost het je meteen 400 euro per dag voor zo'n coach. Dat vind ik nonsens.’