Daar sta ik dan. Langs de kant van de weg. Even voor het beeld: ik heb de mascara van gisteren nog in mijn wimpers, draag een nachthemd (ik dacht dat ik binnen een paar uur thuis zou zijn), slippers (ik rijd nu eenmaal het liefst met blote voeten) en daarover de dure bontjas van mijn zusje uit Parijs. Vintage, zei ze. Wat betekent dat hij ooit van een andere vrouw is geweest. Waarschijnlijk van eentje die nooit in dit soort shit-situaties terechtkwam.
Na anderhalf uur bellen met ANWB en plaatselijke pechdiensten, verschijnt er eindelijk een takelwagen. Een man met een feloranje hesje stapt uit en begroet me zonder me aan te kijken. Hij start de auto, luistert, fronst. Er klinkt een ratelend geluid. Hij schudt zijn hoofd.
‘Garage,’ zegt hij. ‘Problème moteur.’
Fuck, fuck, fuck! De auto wordt opgetild en ik neem plaats naast de man in de takelwagen. We rijden naar een industrieterrein met lage gebouwen en rolluiken. Ik krijg een plastic bekertje koffie uit een automaat en neem plaats op een koude metalen stoel. Twee mannen buigen zich opnieuw over de open motorkap. Af en toe kijken ze naar mij, alsof ik er iets aan kan doen dat dat ding het ineens niet meer doet. Ik trek de bontjas stevig om me heen.
‘Big problem,’ zegt een van de twee na een poosje. ‘Maybe fuel system. Maybe more. We check. Takes maybe two, three hours. But first we have lunch.’
Hij overhandigt me een kleffe baguette met brie en tomaat en verdwijnt door de achterdeur naar buiten met zijn compagnon. Ik denk niet dat ik hier mee wegkom bij de redactie; schrijven over een echte Franse, blue-collar-lunch.
Nobody plans to end up here
Ik open mijn laptop en tik in: Treinreis Parijs-Amsterdam. Over een paar uur gaat er een Thalys. Als ik nu een taxi neem naar het dichtstbijzijnde station, kan ik nog het halen. Ik kijk rond. Wat als ik gewoon ga? Die auto is toch niet van mij. Dan moet m’n zusje ’m maar ophalen.
Dat kun je niet maken, Flo.
Ik hoor het haar zeggen.
Ik besluit om nog drie uur te wachten, daarna mag ik gaan, en in de tussentijd moet ik maar gewoon gaan schrijven. Mijn stuk over het heerlijke restaurant waar ik gisteren was – en nu een moord voor zou doen – heb ik bijna af. Ik haal mijn tas uit de auto, zet hem op de stoel naast me en ga op zoek naar mijn laptop. Eerst mijn stijltang eruit, mijn hakjes, wat strings – verdomme waarom zit dat ding nou helemaal onderop? – mijn toilettas… Op dat moment hoor ik gelach achter me. Ik draai me om. Aan de zijkant van het gebouw staat een jongen, leunend tegen een hoge stapel autobanden. Hij draagt een donkerblauwe overall die tot zijn middel is opengeritst en omgeknoopt om zijn middel. Zijn T-shirt is wit, maar niet schoon. Ook zijn handen zwart van het vet. Zijn lange donkere haar, zit in een rommelig staartje achterop zijn hoofd gebonden. Hij kijkt geamuseerd naar mij en mijn rommel.
Hij knikt naar mijn jas. ‘Looks warm.’
‘Yeah,’ zeg ik. ‘I didn’t plan to end up here.’
Hij lacht weer. ‘Nobody plans to end up here.’
Hij stoot zich af van de banden en loopt naar me toe.
‘Your car?’ vraagt hij.
‘My sister’s,’ zeg ik snel. Alsof dat iets uitmaakt.
Hij buigt zijn hoofd een beetje. ‘Engine noise was bad.’
‘I have no idea what that means,’ zeg ik. ‘They said it would take two or three hours.’
‘Do you want me to entertain you? While you wait?’
En ineens voel ik dat dit het punt is waarop deze dag iets anders kan worden dan een mislukte reis…
Zijn vinger op mijn lippen
Hij loopt richting de open motorkap. Ik volg hem en kijk naar zijn kont in de blauwe overall. Naar de spieren naast zijn ruggengraat. Bij een zijdeur, half verscholen achter een rij kasten, blijft hij staan. We kijken elkaar aan. Een seconde stilte. Ik krijg het bloedheet. Ik wil niets liever dan die bontjas uittrekken, maar dan sta ik dus ineens in mijn nachthemdje. Hij opent een zijdeur en steekt zijn arm naar me uit. De geur van benzine dringt mijn neus binnen.
‘But…’ Ik spartel heel even tegen. ‘What about your colleagues…’
‘Ssshhh,’ hij legt zijn vinger op mijn lippen zoals ze in films doen. ‘Don’t worry. They went out to lunch. Long lunch.’
Ik stap naar binnen. Ik weet niet veel van auto’s, maar dat deze allemaal heel mooi en duur zijn, dat weet ik wel. Oldtimers, cabrio’s, auto’s met rekjes voor koffers bovenop. Ik kijk mijn ogen uit.
Hij ziet het. ‘Here,’ hij pakt mijn hand. ‘See this.’
Hij laat mijn hand over de motorkap van een glimmende, babyblauwe wagen gaan.
‘It’s from 1958. A Cadillac Fleetwood.’
Ik slik even. ‘It’s beautiful.’ Ik kijk hem ondeugend aan. ‘Can I pick one?’
Hij knikt. In de hoek staat een lage, ronde auto in gebroken wit. Ernaast hangen een stuk of tien posters van halfnaakte vrouwen.
‘That’s a Karmann Ghia. 1971. Volkswagen, but inspired by Porsche.’
Ik knik. ‘So it’s special?’
‘Very special.’ Hij knikt. ‘Just like you.’
Hij doet een stap dichterbij en zoent me. Het is een zachtere zoen dan ik had verwacht. Zijn handen zijn smerig, maar ook al zo zacht. Met mijn vingers ga ik langs zijn nek en zoen hem terug. En dan… tilt hij me op. Ik voel zijn borst tegen de mijne bonzen, zijn gespierde lichaam, zijn erectie tegen mijn lichaam. De bontjas valt op de grond. Zijn handen gaan direct onder mijn lichtroze nachthemdje. Het geeft zwarte vlekken, maar dat maakt me niet uit. Met een doffe klap hoor ik zijn overall op de grond vallen.
Halfnaakte vrouwen
Langzaam zet hij me neer op de motorkap van de auto. Zijn stoppels schuren tegen mijn gezicht. Ik kijk langs hem heen naar de felle tl-lampen. We blijven elkaar aankijken. Zijn ademhaling is zwaar.
‘Tell me what you want.’
Ik wil hem voelen en ik wil nog iets anders: ik wil de auto voelen. Hij maakt me geil, maar de auto nog veel meer.
‘Turn on the engine,’ zeg ik zo zelfverzekerd mogelijk.
Hij lacht, duikt de auto in, laat de motor een paar keer ronken en komt dan weer voor me staan. Hij knielt en laat heel kort zijn tong over mijn nat geworden kutje gaan. Maar ik wil iets anders, ik wil meer, ik wil hem in me voelen. Ik trek hem omhoog en hij kust me opnieuw. Ik proef mezelf. Zijn ogen worden donker. Om me heen zie ik de posters met de vrouwen erop. Dan laat ik me achterover leunen en dringt hij bij me naar binnen. Eindelijk. Mijn benen klemmen instinctief stevig om hem heen. Ik krul mijn rug. Alleen mijn schouderbladen en billen raken de auto. Onder mij trilt de motorkap. Het is heerlijk. Ik duw mijn heupen nog meer omhoog. Mijn hele lichaam trilt mee met iedere stoot en iedere beweging. En terwijl hij steeds harder en dieper gaat, kijk ik van boven naar mezelf: hoe ik geneukt wordt door een jongen die ik een kwartier geleden heb ontmoet. Naar mijn naakte lichaam op de auto. De bontjas op de grond. De zwarte vegen op het roze nachthemdje. Naar de auto’s om me heen. Hoe zijn pik bij me naar binnen stoot. Hoe alle halfnaakte vrouwen naar me staren. Me aanmoedigen. Me extra geil maken.
Drie uur later ben ik weer onderweg. Wat er uiteindelijk mis was met de auto? En wat het allemaal heeft gekost? Geen idee. Ik heb een papiertje waar het op staat en nu wil ik zo snel mogelijk terug. Op de bijrijdersstoel ligt de gehele inhoud van mijn tas. Op het broodje brie met tomaat ligt een visitekaartje van de garage. Als ik bijna in Nederland ben, zie ik pas dat er iets op geschreven staat. Een 06-nummer met een tekstje: If you ever need a ride…
Florence van de Haar (1993) is part-time schrijver en full-time lekker wijf. In 2024 maakte ze indruk met haar debuutroman Mooier als ik lach. Later dit jaar verschijnt haar tweede roman. Meer erotische verhalen van Florence lees je hierrrr.