Interviews

Erik Dijkstra is klaar met het calimero-complex in Twente: ‘Waarom maak je je zo druk over dat ‘kut-Amsterdam’?’

De presentator over hoe hij sport beleeft, het vaderschap en sexy schaatssters.

Micha Jacobs
7 minuten
Erik Dijkstra

Erik Dijkstra (49) is een verhalenverteller pur sang. Nee, niet als een nieuwe Mart Smeets, want Mart is uniek, zegt hij. Dat hij zelf misschien ook uniek is als presentator, schrijver, podcastmaker en quizmaster van Per Seconde Wijzer zou hij nooit over zichzelf durven zeggen. Daar zijn ze in Twente, waar hij vandaan komt, ook veel te bescheiden voor. Nou ja, bescheiden: provinciaals verlegen misschien. In ieder geval niet zo arrogant als in dat ‘kut-Amsterdam’, zoals hij daar weleens hoort. Een ‘kutstad’ waar hij overigens al bijna de helft van zijn leven met veel liefde woont.
Zijn ogen groeien als het over wielrennen gaat, de sport bij uitstek voor goede verhalen. Voor zijn
podcast DRUK, over het mentale gevecht achter de prestaties van topsporters, interviewde hij onder anderen wielrenners als Annemiek van Vleuten, Demi Vollering en Stef Clement, maar bijvoorbeeld ook andere sportgrootheden als voetballer Jaap Stam, tennisster Kiki Bertens en judoka Henk Grol. Onlangs verscheen Dijkstra’s gelijknamige boek over druk en zijn reportageprogramma Goed Verhaal, met onder anderen oud-politieman John Pel over PTSS, oud-sprintkanon Dafne Schippers en voormalig Tour de France-winnaar Lucien van Impe. Want, het is maar gezegd: alles valt en staat met een goed verhaal.

Wat maakt iets een goed verhaal?
‘Dat je iets hoort wat je nog niet eerder hebt gehoord. Dat je steil achteroverslaat als Kiki Bertens vertelt dat ze tot haar 24ste zo nerveus was dat ze voor elke wedstrijd naar het toilet moest om te kotsen. Dat wist ik niet. Ja, dat ze emotioneel gezien misschien niet de allersterkste was, dat kon iedereen zien. Dat maakte het ook altijd zo spannend om naar haar te kijken. Zo van: wanneer barst ze in huilen uit? Maar daar gaat dus een wereld achter schuil die pas zichtbaar wordt als je het verhaal kent. Haar verhaal. Datzelfde geldt voor iemand als Jaap Stam, de grote onverwoestbare, dreigend kijkende Jaap Stam met zijn ingevallen ogen en kale kop. Ontzettend lieve man trouwens, maar wist jij dat ook hij al zijn hele leven te maken heeft met druk? Als kind uit Kampen moest hij al opboksen tegen zijn eigen onzekerheid, als jongetje uit de provincie versus alles daarbuiten. Die het toch heeft geschopt tot een van de beste verdedigers aller tijden, met die ongelooflijke Champions League-finale in 1999 die hij met Manchester United in blessuretijd won van Bayern München (2-1). Ik vond het echt schokkend toen hij zei dat hij daar niet meteen aan terugdenkt als het over zijn carrière gaat. Het eerste wat hij zei was: ik heb de Champions League-finale verloren, in 2005 met AC Milan tegen Liverpool. Dat vind ik echt fascinerend.’

Herken je daar iets in van jezelf?
‘Een beetje. Ik ben natuurlijk geen topsporter, nooit geweest ook, maar als je uit een dorpje als Glanerbrug komt denken ze in een naastgelegen stad als Enschede ook dat iedereen daar op een boerderij woont en alleen maar koeien staat te melken. Dat is natuurlijk niet zo. Maar dat gevecht tegen de vooroordelen neem je onbewust toch mee.’

De sporters en trainers die je hebt geïnterviewd voor je boek en je podcast zijn opvallend vaak dorpelingen zoals jij: een bewuste keuze?
‘Niet eens. Wat hen bindt is dat ze allemaal moesten opboksen tegen hun omgeving, tegen hun eigen onzekerheid en die stuk voor stuk hun plek moesten veroveren.’

Mensen die op jou lijken?
‘Misschien wel ja, maar ik hoop vooral dat ik op hen lijk, zij niet op mij.’

Je bent ook vooral fan van iedereen die je hebt geïnterviewd, geef je in je boek toe.
‘Dat is ook zo. Ik ben helemaal geen objectieve sportjournalist en dat wil ik ook helemaal niet zijn. Objectiviteit gaat bij mij meteen de deur uit. Ik wil best met mijn snufferd vooraan staan, zoals de NOS dat altijd doet, maar dan wordt er wel een zekere mate van objectiviteit van je verwacht. Dat wil ik helemaal niet, daar ben ik veel te gekleurd voor.’

Zijn er ook sporters waar je géén fan van bent?
Lacht: ‘Daar moet je altijd mee oppassen, want ook die heb je nodig. Je hebt altijd mensen en clubs nodig om het tegenop te nemen. Ik ben geen Ajax-fan, maar ik hou wel van die club. Omdat ze extreem veel goede voetballers hebben voortgebracht en omdat het ook wel lekker is om van ze te winnen. Het smaakt gewoon lekkerder om van Ajax te winnen dan van een andere club. Maar zo was ik bijvoorbeeld ook nooit fan van Sven Kramer, al kon ik wel van hem genieten. Omdat hij iets hards in zich had waarmee hij anderen kon intimideren. Ik ben meer fan van iemand als Jorrit Bergsma. Toen hij ooit Kramer versloeg vond ik dat extra mooi. Maar daarvoor had je wel Kramer nodig, begrijp je? Star Wars is leuk, maar je hebt ook Darth Vader nodig, want anders klopt het niet. Zoals je ook Gargamel en die rare kat nodig hebt, want waar zijn die smurfen anders mee bezig?’

Is het leuk om met jou naar sport te kijken?
‘Dat denk ik wel hoor. Ik kijk ook veel naar sport met mijn vriendin en met mijn kinderen. Als ik iets leuk vind, probeer ik mijn omgeving daar altijd bij te betrekken. Dan leg ik uit hoe een wielerwedstrijd werkt of zo. Ik wil niet als een chagrijnige zak aardappelen naar een wedstrijd kijken en tegen mijn vriendin zeggen dat ze maar moet gaan strijken. Ik vind het ook leuk om aan mijn kinderen uit te leggen hoe veldrijden werkt. Daarmee creëer je ook een soort gezelligheid met elkaar.’

Zeggen ze nooit: pap, hou nou eens je bek over dat veldrijden?
‘Nee hoor, ik ben afgelopen winter nog met hen naar een veldrit in Loenhout geweest, net over de grens in België. Hartstikke leuk. Maar ik leg vooraf wel uit: Mathieu van der Poel wint altijd, maar bij de vrouwen wordt het écht spannend. Dan zeg ik: ik ben heel erg fan van Lucinda Brand…’

Uiteraard, van wie niet!
‘…maar dat moet je dus uitleggen. Dat de ouders van Brand heel ziek waren, dat ze naast het fietsen heel lang mantelzorger van haar moeder is geweest (die in december vorig jaar overleed, red.), dat haar vader slecht ter been was, maar tijdens een veldrit nog altijd haar fietsen aangaf, wat vaak misging omdat hij daar niet meer zo handig in was. Daar gaf Brand nooit veel aandacht aan, maar als ze won kwamen de tranen, ook voor haar ouders. Dat vind ik zó mooi en dat leg ik ook uit aan mijn kinderen. Die hebben haar vervolgens de hele wedstrijd naar voren geschreeuwd: kom op, Lucinda!’

Trots?
‘Nou, ik vond het wel mooi dat mijn dochter twee weken daarna vroeg of Lucinda die dag weer had gewonnen. Dan heb je toch een zaadje geplant.’

Komen de mooiste verhalen voort uit de sport?
‘Vind ik wel. Sport legitimeert dat je ongegeneerd in een veld, in een stadion of voor de tv kunt schreeuwen, dat doe je bijvoorbeeld niet tijdens een politiek debat. Dat je naar je scherm roept: ‘Kom op, Henri! Kom op Rob!’ Zo werkt het niet. Sport is zo lekker primair: je wint of je verliest, dat is op dat moment je hele wereld. Toen FC Twente, mijn club, in 2011 het kampioenschap verloor, was ik daar zó kapot van. Terwijl ik een jaar eerder, toen FC Twente wél kampioen werd, er als een gebraden kip bij liep, zo blij als ik was. Ik woonde toen al in een tijdje in Amsterdam, waar ik zelfs door de vuilnismannen werd gefeliciteerd. Een jaar later kreeg ik dat dubbel en dwars terug, wat ik ook wel mooi vond.’

Je schrijft dat jouw eerste actieve sportherinnering Parijs-Roubaix 1983 is, de befaamde koers die Hennie Kuiper won nadat hij vlak voor de finish zijn fiets aan gort reed in een goot.
‘Dat herinner ik mij vooral omdat mijn vader me toch een partij stond te vloeken toen Kuiper daar in die goot stond te roepen en klappen om een nieuwe fiets! Dat maakte die overwinning ook zo mooi, dat je wint, verliest en op het einde toch nog wint. Echt een achtbaan van emoties. Net als toen Mathieu van der Poel in 2023 dat WK in Glasgow won. Kutweer, gladde bochten, op je plaat gaan, schoenplaatje kapot en toch nog winnen. Dat mijn vader destijds zo flipte voor de tv is echt een sleutelmoment in mijn leven. Daarom sta ik ook zo vaak voor de tv te schreeuwen. Onbewust heb ik toch van hem meegekregen dat het oké is om je zo in je woonkamer te gedragen.’

Welk sleutelmoment is groter: de overwinning van Kuiper of het kampioenschap van FC Twente?
‘Die twee momenten lijken wel een beetje op elkaar. Thuis waren we voor FC Twente én voor Hennie Kuiper die uit Denekamp komt. Hennie was er een van ons, dat gevoel hadden we heel sterk. Die landstitel van Twente was ook méér dan alleen een kampioenschap. De manier waarop dat werd gevierd voelde als een bevrijding, zo van: we hebben de rest van het land verslagen. Mensen in Twente horen het niet graag, maar daar hebben ze ook een klein calimero-complex. Schitterende streek, prachtig mooi, maar er heerst ook een gevoel dat je je moet afzetten tegen Amsterdam en de rest van de Randstad. Dan denk ik: waar maak je je toch druk om? Kijk eens hoe prachtig je woont, waarom maak je je dan zo druk over dat ‘kut-Amsterdam’?’

Verder lezen? Onder meer over Femke Kok (‘gracieuzer op schaats dan Jutta, sexy ja, heel aantrekkelijk’) en het vaderschap (‘Als je je kut voelt, is het goed om daarover te praten. Ik praat nu met mijn kinderen over dingen waar ik het vroeger met mijn ouders nooit over had’)? De nieuwe Playboy kopen.